Het doen van onderzoek heeft vrijwel geen zin als je de resultaten niet wereldkundig maakt. Hooguit kun je dan leren hoe je onderzoek doet. Trouwens, zelfs dan moet je de resultaten presenteren, om commentaar te kunnen krijgen van anderen (een leraar, een ‘deskundige’, een medestudent enzovoort).

Presenteren wordt door veel mensen moeilijk gevonden. Wat is belangrijk, wat zijn details, waar begin je mee, hoe breng je een lijn aan in je verhaal. Daarnaast maken veel ‘presenteerders’ zich ook nog druk (of juist niet) over zichzelf: hoe sta ik voor een groep, interesseert het mijn toehoorders wel, ben ik verstaanbaar, enzovoort.

We kunnen je hier natuurlijk niet alles aanreiken, we proberen wat regels te geven die enige houvast kunnen zijn.

Schriftelijk verslag

'Praatje'

Sheets

Posterpresentatie

   Het schriftelijk verslag

Woord vooraf
Bedenk bij het maken van een verslag dat de lezer geen vragen kan stellen. Dit betekent dat je nogal volledig, en heel duidelijk moet zijn.

Aanwijzingen
Een schriftelijk verslag bevat meestal de volgende elementen:

Titelpagina

-titel
bullet-auteur(s)
bullet-maand en jaar van schrijven
bullet-naam van je school en van je begeleider

Inhoudsopgave
Vermeld in de inhoudsopgave de afzonderlijke hoofdstukken met de bijbehorende paginanummers.

Samenvatting
De samenvatting is een zeer korte weergave van het onderzoek wat je gedaan hebt en de gevonden resultaten. Dus: in een paar zinnen vertellen wat je onderzocht hebt en wat je hebt gevonden.

Inleiding
In de inleiding zet je wat de aanleiding was om je onderzoek te doen. Verder vermeld je de voorkennis die nodig is, voor een weldenkende leek, om je onderzoek te begrijpen. Aan het einde van de inleiding komt je probleemstelling te staan, dus hetgeen jij onderzocht hebt.

Materialen en methoden
Beschrijf hoe je je onderzoek hebt uitgevoerd en wat je daarvoor nodig had.

Resultaten
Bij de resultaten komen de uitkomsten van je proeven. Als je te veel resultaten hebt komen alleen de belangrijkste resultaten in het verslag. Pas op dat je in de resultaten geen conclusies opneemt. Dit is te vermijden door hier vooral tabellen en grafieken te plaatsen (uiteraard met duidelijke legenda). Bewaar de uitleg van de grafieken voor de Discussie en Conclusie.

Discussie en Conclusie
Hierin bespreek je de resultaten en vergelijk je ze met eventueel eerder (of door anderen) gevonden resultaten. Aan de hand van jouw resultaten en de vergelijking trek je de conclusie(s). Verder is het leuk aanwijzingen te geven voor vervolgonderzoek.
De discussie wordt vooral leuk als je andere resultaten verwacht had dan je hebt gekregen. Vaak kom je deels op een foutendiscussie, deels op onvoorziene elementen. Zeker de onvoorziene elementen zijn soms heel illustratief voor je onderzoek. Peniciline is tenslotte ook gevonden na een 'mislukte' proef.

Verder neem je een foutendicussie op. Je geeft redenen waarom de proeven niet goed zijn gegaan. Je hoeft uiteraard alleen een foutendiscussie op te nemen als er dingen fout zijn gegaan.

Literatuur
Alle boeken, artikelen etc. die je gebruikt hebt bij het maken van het verslag. Als je een bepaald stukje tekst uit een boek gehaald hebt zet je achter dit stukje de naam van de schrijver en het jaar van uitkomen van de tekst tussen haakjes. Bv Een van de moeilijkste dingen om te maken is een poes. Een echte (Dekkers, M. 1989). In de literatuurlijst komt dan te staan:

- Dekkers, M. (1989). Het grote moment (hoe dieren geboren worden). Meulenhoff, Amsterdam.

Dit zijn dus de naam van de auteur, het jaartal van uitkomen, de uitgever en de plaats van uitgeven.

Bij een tijdschrift vermeld je welke jaargang en welk nummer je gebruikt hebt. Op deze manier kunnen andere mensen die jouw verslag lezen zien waar je je informatie vandaan hebt.

Andere nuttige tips voor het maken van een goed verslag zijn:
bulletNummer de pagina’s doorlopend!
bulletDenk aan de lay-out van de hoofdstukken, paragrafen en alinea’s.
bulletBegin ieder hoofdstuk op een nieuwe pagina.
bulletGebruik nieuwe spelling.
bulletProbeer afkortingen te vermijden.
bulletLatijnse (wetenschappelijke) namen cursief of onderstrepen (Bv de mens Homo sapiens/Homo sapiens)


Naar begin van het schriftelijk verslag

naar bovenkant pagina

Het 'praatje'

Woord vooraf

Praatjes worden vrij algemeen gevreesd, of ondergewaardeerd. Je staat zelf, in hoogst eigen persoon, voor een groep toehoorders. Dat is voor sommige mensen een beangstigend idee. Ze voelen zich daarin niet lekker, ze voelen zich bekeken en beoordeeld.
Laat je daar in eerste instantie niet te zeer door afleiden (Oké, dat valt niet altijd mee, maar lees verder).
Anderen maken zich er niet druk om. Ze nemen zich voor om voor de groep te gaan staan en van begin tot eind te vertellen wat ze gedaan hebben. Daar zitten enkele gemene haken en ogen aan.

Lezing.tif (125582 bytes)

 

 

 



Een praatje, met lichtbeelden maar
onder 'suboptimale' omstandigheden

Aanwijzingen
- neem de tijd om je praatje voor te bereiden.
Dit is de enige manier om rust in je praatje te krijgen. Die rust is nodig om je publiek te blijven boeien.

- begin met de grote lijnen van je werk.
Je hebt een beperkte tijd ter beschikking en je moet in ieder geval de resultaten bespreken en ruimte geven voor vragen.

- durf dingen weg te laten!
Meestal zijn zaken waar je over twijfelt of ze belangrijk zijn, uiteindelijk niet belangrijk. Dergelijke details weet je wel, maar je hoeft ze niet te noemen.

- praat tegen -liefst met- je publiek, niet over ze heen en zeker niet van ze af!
Nodig het publiek uit om vragen te stellen. Daarvoor moet je altijd ruimte bieden aan het einde van je praatje, maar sommige sprekers vinden het leuk als het tijdens het verhaal gebeurt.

- denk om je houding, zoek een rustige ‘pose’.
Ga niet op een stoel zitten, er zijn maar weinig sprekers die dat ‘overleven’. Zorg voor een staande houding die zo comfortabel mogelijk voelt. Zorg als het even kan voor een lessenaar waar je achter kunt staan en op kunt leunen. Dat leunen geeft je handen een houvast.

- gebruik hulpmiddelen
Zorg voor sheets, dia’s, foto’s, voorwerpen, levende dieren, theater of iets anders wat je verhaal ondersteunt. Sheets zijn altijd bruikbaar (mits goed gemaakt) maar andere dingen spreken soms meer aan.

- beheers je hulpmiddelen
Een hulpmiddel kan kapot gaan, en is kapot als je het niet vlak voor je praatje hebt getest (= wet van Murphy). De computeranimatie is leuk maar je harde schijf crasht en je hebt geen backup (bij je). De dialamp brand door en er is geen reserve. Je sheets vallen op de grond en je hebt ze niet genummerd. De parkiet van je zus is heel lief maar pikt je tot bloedens toe in je hand. De videoband laat héél andere dingen zien dan op de verpakking stond.

- houdt het kort.
Praatjes horen kort te zijn. Luisteraars haken na een half uur echt af, zeker als er geen hulpmiddelen gebruikt worden. In het praatje kunnen ‘praatpauzes’ zitten, bijvoorbeeld als je een korte video laat zien of iets anders demonstreert. Zorg vooraf dat het praatje kort is. Ga niet informatie voor een uur, in een half uur proppen. Dan haakt je gehoor in drie minuten af.

 

Uit welke elementen moet een praatje bestaan.

* Inleiding
Hierin vertel je wat voor onderzoek je gedaan hebt. Vetrel wat je probleemstelling is. En wat de verwachte hypothese is. Dus je vertelt waar de presentatie over gaat. Als je het het vermelden waard vindt, kun je ook dingen vermelden over de plaats waar het onderzoek gedaan is, wie je begeleidt heeft etc.

*Middenstuk
Vertel in het middenstuk hoe je je onderzoek hebt aangepakt. Wat de resultaten waren. Vermeld de conclusies van je onderzoek en geef de discussiepunten aan.

*Slot
Geef nog even een korte samenvatting van de belangrijkste conclusies. En eventuele aanbevelingen voor vervolgonderzoek.

*Discussie

bulletAndere nuttige tips voor het presenteren van je onderzoek
bulletPraat duidelijk en niet te snel.
bulletKijk en praat richting klas. Lees nooit je sheet voor!
bulletMaak gebruik van hulpmiddelen (bv sheets, dia’s, tekeningen op het bord, film- video en/of geluidsfragmenten)
bulletOefen je verhaal voor jezelf en meet de tijd op (zodat het niet te lang of te kort is). Regel eventueel een sparring-partner, iemand die een oefenpraatje wil aanhoren en die je goed commentaar kan leveren.

  Sheets

Voor het maken van sheets moet je rekening houden met de volgende zaken:
bullet1.Hoeveelheid tekst
bulletNiet meer dan acht regels per sheet
bulletNiet meer dan acht woorden per regel
bullet2.Leesbaarheid
bulletLettergrootte minimaal 5 milimeter (2,5-3 zo groot als de tekst in de krant)
bulletMeer kleine dan hoofdletters<\li>
bulletRegelmatig schrift op een rechte lijn (kan het best met getypte tekst of anders door een blaadje met lijnen onder de sheet te leggen)
bullet3.Lay out
bulletIndeling in hoofd- en bijzaken (spring bij bijzaken in vanaf de kantlijn)
bulletConsequent gebruik van kleuren en lettertypen
bulletBeperkt gebruik van kleuren en lettertypen
bulletRuime marges
bullet4. Verder
bulletSheets gaan over weinig verschillende onderwerpen
(liever meer sheets met weinig, één sheet met veel onderwerpen)
bulletHet best kun je de sheets maken op de computer met een presentatieprogramma (Bv Powerpoint) of met een tekstverwerkingsprogramma (Bv Wordperfect, Word).
bulletNeem een lettergrootte en lettertype dat duidelijk leesbaar is.
bulletControlleer voor je presentatie de overhead projector. En kijk hoe je sheets er op het scherm of op de muur uit zien.

Posterpresentatie

vooraf:
Een poster is vooral bij (semi)wetenschappelijke bijeenkomsten populair. Bij dergelijke bijeenkomsten is een goede lay-out en gedegen opbouw vaak  minder belangrijk. Dat wil zeggen, de makers denken dat! Trap daar niet in, een goed opgebouwde poster die er mooi uitziet wordt gelezen, een vod niet.


Tips voor het maken van een poster

Als je een "wetenschappelijke" poster gaat maken moet je aan een aantal eisen voldoen. Net als elke andere presentatievorm moet hij aantrekkelijk zijn voor het publiek. Een poster moet uitnodigen er naar te gaan kijken. Bij een poster is dat extra belangrijk omdat bij een posterpresentatie meerdere posters tegelijkertijd vertoond worden. Als jou poster er beter uitziet dan die van je buurman/buurvrouw komt wat jij te vertellen hebt op de poster beter over. Wat opvalt wordt eerder opgemerk en blijft langer hangen. Een aantrekkelijke maar toch wetenschappelijke poster moet een aantal elementen bevatten.

De indeling van een informatieve of wetenschappelijke poster is meestal:
bulletTitel
bulletInleiding
In de inleiding komt te staan:
het onderwerp van de poster/onderzoek
de vraagstelling van je onderzoek (wat heb je onderzocht?)
bulletUitwerking
In de uitwerking komt te staan:
hoe je gewerkt hebt (wat voor soort onderzoek je gedaan hebt met materiaal +methoden)
de resultaten (dit kan het best in duidelijke tabellen en/of grafieken bij veel resultaten alleen de belangrijkste resultaten weergeven/vermelden).
Andere dingen over het onderwerp die je het vermelden waard vindt
bulletAfsluiting
De afsluiting bestaat uit:
de conclusies (wat is de uitkomst van je onderzoek)
suggesties voor vervolg onderzoek eventueel kun je ook een discussie in de afsluiting opnemen (wat ging goed en wat ging minder goed)
bulletAndere nuttige tips bij de poster:
bulleteen poster moet niet te veel tekst bevatten en moet toch het hele verhaal wat je te vertellen hebt weergeven.
Hij mag voller dan een sheet, je mag er namelijk van uitgaan dat je publiek geinteresseerd is

bulleteen poster moet er aantrekkelijk uitzien, gebruik daarom verschillende kleuren en plaatjes
bullethoudt de poster overzichtelijk zodat iemand die naar jouw poster komt kijken direct ziet wat je gedaan hebt en wat de resultaten zijn. Gebruik daarvoor onder andere tussenkopjes.
bulletvergeet niet op de poster te vermelden wie de poster gemaakt heeft
bulletwerk met blokjes tekst; blokje ‘inleiding’, blokje ‘resultaten’ etc. Verdeel de tekst tussen de tabellen, grafieken en plaatjes. Het best kun je de verschillende teksten, grafieken, tabellen en plaatjes op A4-formaat uitprinten/kopiëren en verdelen over de poster.
bulletZorg ervoor dat de tekst zo groot is dat je de poster van een meter of twee kunt lezen

De poster van jou en de posters van je collega’s worden meestal gepresenteerd in een 'postersessie'. Er wordt dan van je verwacht dat je desgewenst uitleg geeft bij je poster. Hoe duidelijker de poster hoe minder kans er is op misverstanden en de daarbij komende vragen. Tip: als je vragen juist wil uitlokken stop je een verrassing in je poster, iets dat op het eerste gezicht raar lijkt.

Succes met je presentatie!


Naar begin posterpresentatie

naar bovenkant pagina
Naar de ingang

 

 
reacties op deze site kun je kwijt bij: jaap vos @  J.vos@bio.uu.nl
Copyright © 1998 Plons: planten onderzoek voor scholen