Verdedigers in actie

Hoe voorkomt een plant dat hij wordt opgegeten?

Er zijn planten die een zekere vorm van vluchtgedrag vertonen. Deze behoren tot de Mimosa-familie, en bijna iedereen kent ze als ‘Kruidje-roer-me-niet’. Dit Kruidje-roer-me-niet is de meest bekende soort uit de familie, maar niet de enige vluchtende plant.

De plant groeit vaak in groepen, een beetje kruipend, dus laagblijvend. De bladeren hebben een tweetraps-vluchtbeweging. De blaadjes zijn geveerd, met kleine bladschijfjes aan een centrale nerf. Ze zijn ook gevoelig voor aanraking. Als de blaadjes een keer stevig worden aangetikt klappen de bladschijfjes tegen elkaar aan. Duurt de aanraking langer dan klappen de bladstelen ook nog omlaag.Een plant die er net nog fris en groen uitzag is ineens een verschrompeld zielepootje. Doordat de kruidjes-roer-ons-niet dicht tegen elkaar aan groeien verschrompeld vaak het hele gewas als één van de planten aangeraakt wordt. Dat heeft voordelen; als een planteneter aan één struikje begint te eten worden ze ineens allemaal onaantrekkelijk. Het nadeel is dat het de plant veel energie kost om steeds te bewegen. Daarnaast heeft de plant wel tastzin, maar geen onderscheidingsvermogen. Een regenbui veroorzaakt hetzelfde vluchtgedrag.

De meeste planten verdedigen zich dan ook anders. Hierbij kan gedacht worden aan bescherming door anatomische eigenschappen zoals doorns of stekels, of aan chemische verdediging door middel van secundaire plantenstoffen. Een voorbeeld voor een experiment over het laatste onderwerp zou er als volgt uit kunnen zien:

Experimenteeridee:

In het veld zie je regelmatig planten van dezelfde soort naast of vrij dicht bij elkaar staan, die heel verschillend zijn aangevreten door insecten (haantjes, rupsen e.d.). Voor die verschillen moeten redenen zijn. Sommige van deze redenen zijn 'omgevingsfactoren', andere zijn inwendige factoren van de plant.
Omgevingsfactoren: de kwaliteit van de grond, vocht in de bodem, licht/schaduw en dergelijke.
inwendige factoren: Secundaire plantenstoffen zoals looizuren, vergif en dergelijke.
In feite werken deze twee op elkaar in. Voor een experiment kun je proberen te bepalen welke factoeren uit de omgeving van belang zijn voor de defensie van de plant. Zoek daarvoor diverse groepjes van de zelfde soort en bepaal de vraatschade. Schat hoeveel de gemiddelde schade per groep is.
Probeer met behulp van bijvoorbeeld chromatografie te bepalen hoeveel verdedigingsstoffen iedere plant bevat.

Experimenteeridee:

De laatste jaren wordt steeds meer bekend over communicatie tussen planten. Zo maakt de Berk een afweerstof tegen vraat, die in geval van nood in de bladeren wordt gemaakt. Ook komt een gas vrij dat naburige berken waarschuwt. Deze berken maken dan alvast afweerstoffen voordat ze worden aangevreten. Hieraan valt te meten: hoeveel gas (etheen) is nodig voor een reactie, en hoe lang duurt het voor de concentratie afweerstof meetbaar toeneemt, hoe lang blijft deze afweer werken enzovoort. De berk is overigens niet de enige plant die dit doet, het onderzoek begon bij de Acacia's op de steppen van Afrika.

Naar de leeskamer
Naar de entree

Experimenteeridee:

In de 'Natuur en Techniek' van september 1998 staat een erg leuk artikel over driehoeksrelaties van planten. De driehoek slaat in dit geval op de relatie tussen de plant, een vraatinsect en vijanden van dat insect. Verschillende planten blijken in staat om hulp in te roepen van de vijanden van hun vijanden. Een bonenplant roept sluipwespen te hulp tegen de bladluizen die zijn vaatbundels leegzuigen.
Het artikel biedt geen directe proefopstellingen maar wel heel leuke aanknopingsunten voor experimenten.

Naar de leeskamer
Naar de entree

reacties op deze site kun je kwijt bij: jaap vos @  J.vos@bio.uu.nl
Copyright © 1998 Plons: planten onderzoek voor scholen